De snoei tips.

Een groot deel van het succes bij het kweken van planten hangt af van goed snoeien, de hier onder getoonde opsomming is bedoeld om de fijne kneepjes van het snoeien op praktische wijze uit te leggen.

Snoei niet als het vriest.

Snoei  groenblijvende struiken niet als het heel zonnig is. Anders kunnen de snoeiplekken, zonnebrandschade oplopen.

Groenblijvers laten zich soepeler knippen na een zachte regenbuitje.

Struiken en heesters die voor 21 juni bloeien, worden in het voorjaar niet gesnoeid. De bloemknoppen zijn het vorig jaar al gevormd. Knipt u uw in februari een struik of heester flink terug, dan knipt u ook de bloemknoppen af en zal hij dat jaar niet gaan bloeien.

Struiken en heesters die na 21 juni bloeien, kunt u in het voorjaar terugknippen, zij bloeien op de takken die in het voorjaar van hetzelfde jaar zijn gevormd en kunnen in het vroege voorjaar dus gesnoeid worden.

Snoei rozen vanaf de eerste weken van maart.

Bomen en struiken waarbij de sapstroom al vroeg in het jaar op gang komt, worden in het najaar of in de zomer en nazomer genoeid.

Snoei van de bomen nooit meer dan 1/5 deel of 20 procent van de takken weg.

De beste tijd om fruitbomen te snoeien is februari.

Snoei dikke boomtakken altijd met z'n tweeën. De één houdt de tak goed vast en de ander zaagt. Zo wordt voorkomen dat de tak, door het zagen. van de stam losscheurt en er een onnodig grote snoeiplek ontstaat.

ROZEN

Hetsnoeien van rozen is een jaarlijks terugkerend klusje. Moeilijk is het niet en het is vooral een kwestie van lef. Er kan weinig mis gaan en rigoureus knippen is meestal het beste. Zorg voor een scherpe snoeischaar en dikke handschoenen, en de klus is zo geklaard.

De meeste rozensoorten bloeien op nieuw gevormde takken. Ook houden rozen van wind en zonlicht op hun takken dus een knipbeurt waarbij het oude hout wordt verwijderd, is welkom. De beste tijd om te snoeien is medio maart, als het niet vriest. Na een zachte winter is de roos dan al uitgelopen, maar dat is niet erg. Belangrijk is wel om te weten welke soort roos het is.

Klimrozen: Staat de klimroos er pas één of twee jaar, dan laat je hem lekker met rust. Bij een wat ouder exemplaar laat je de doorgaande takken die de hoogte ingroeien ongemoeid. Alle zijtakken waaraan het vorige jaar rozen hebben gebloeid, snoei je tot twee a drie centimeter af. Bij wat oudere klimrozen kan eventueel één van de oudste takken helemaal tot op de grond worden afgeknipt.

Doorbloeiende struikrozen: Op deze groep rozen kun je je flink uitleven, want ze kunnen wel tot op tien centimeter worden teruggesnoeid.

Botanische rozen: Dit zijn wilde rozen waarbij pas na een paar jaar een hoofdtak helemaal tot op de grond kan worden verwijderd.

Rozen op stam: Doorbloeiende rozen op stam worden tot op tien centimeter van de stam geknipt. Dit lijkt een hele ingreep, maar zo blijft de kroon jong en mooi van vorm. Bij treurrozen op stam is het een ander verhaal, knip bij deze roos alleen een paar oude takken tot op de stam af. 

VIJG

In de zomer moeten de toppen van de jonge scheuten worden gesnoeid, zodanig dat er 5 - 6 bladeren aan de scheuten blijven. Door deze wijze van snoeien wordt de aanleg van nieuwe scheuten vanuit de bladoksels bevorderd en kan er meer licht in de kroon komen. Aan het einde van het groeiseizoen zullen in de oksels van de nieuw gevormde jonge scheuten nog kleine vruchtjes aanwezig zijn. De kans is groot dat deze vruchten de winter overleven en zich het volgende groeiseizoen verder zullen ontwikkelen. Aanwezige groene vruchten aan het einde van het groeiseizoen overleven de winter niet. In de lente richt de snoei zich op het ontwikkelen van een evenwichtige kroon. Stakerige, bevroren en kale scheuten worden terug geknipt op één knop om nieuwe groei te stimuleren. Overtollige zijscheuten worden van de hoofdgesteltakken geknipt. Zorg voor een open struikvorm, zodat het licht goed de hoofdgesteltakken kan bereiken. 

WZZO © 2015 • F.H.M. Schoot Uiterkamp