1. Vrij van het bouwen van opstallen dient te blijven: Een strook van 1 meter aan weerszijden vanaf het hart van de tuingrenzen tot aan de bebouwing. Vanaf voorkant tuin tot voorkant bebouwing, dient vanuit het hart van de tuingrens een strook van 0,60 meter vrij te blijven van opstallen in welke vorm ook, behalve van hekwerken, planten e.d. Een strook van 1 meter gerekend van de voorkant tuin tot aan het hoofdpad.

Bouwvoorschriften

Bouwvergunning

  1. Het is niet toegestaan opstallen of een vijver te bouwen, plaatsen,  verbouwen of uit te breiden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bestuur. 

2. Voor het verkrijgen van een vergunning moet een schriftelijke aanvraag bij het

bestuur worden ingediend.

  1. Ter beoordeling van deze aanvrage moeten worden bijgevoegd: de benodigde tekeningen in tweevoud op A 4-formaat (297x210 mm.), een opgave van de te gebruiken materialen en eventuele overige benodigde gegevens.
  1. Als bouwmaterialen komen in aanmerking: hout, glas en eventueel andere materialen die niet strijdig zijn met de gemeentelijke milieuwetgeving.
  1. Alvorens op een aanvrage te beslissen, wint het bestuur advies in van de bouwcommissie.
  1. Bij aanvraag van de bouwwerkzaamheden dient dit aan het bestuur te worden gemeld.
  1. De tuinhuisjes en kasjes worden geplaatst op het meest van het hoofdpad af gelegen deel van de tuin.

Bouwplaats

  1. Bij het bouwen, plaatsen, verbouwen en uitbreiden van tuinhuisjes, kasjes en andere opstallen dient met het volgende rekening te worden gehouden:
  1. Bij tuinen gelegen aan water (sloot), moet een strook van minimaal 1,5 meter gerekend vanaf de slootkant vrij van bebouwing blijven. Bij tuinen gelegen aan een groenstrook, moet een strook van minimaal 1 meter gerekend vanaf de grenslijn vrij zijn van bebouwing. Voorkant bebouwing van huisje en kasje tot maximaal 8 meter van af de slootkant.

Huisjes en kasjes

  • Op een tuin van 350 m² en 300 m² mag een totaal van 24 m² bebouwd worden.
  • Op een tuin van 250 m² mag een totaal van 20 m² bebouwd worden.
  • Op een tuin van 200 m² mag een totaal van 18 m² bebouwd worden.
  • Op een tuin van 150 m² mag een totaal van 11 m² bebouwd worden.
  • Goothoogte van huisje en kas is maximaal 2,50 meter.
  • Nokhoogte van huisje en kas is maximaal 3,00 meter.

Koude/platte bak

  • Oppervlakte: 20% van de teelbare grond mag benut worden voor een koude platte bak.
  • Hoogte: de maximale hoogte is 0,70 meter.

Kompostbak

  • Het is niet toegestaan kompostbakken, e.d. zodanig op de tuin te plaatsen, dat zij hinderlijk of storend voor anderen zijn, zulks ter beoordeling van de bouwcommissie.
  • Oppervlakte : maximale oppervlakte is 3 m².
  • Hoogten: maximale hoogte is 1 meter.
  • De kompstbak wordt geplaatst op het meest van het hoofdpad af gelegen deel van de tuin.

Gereedschapskisten

  • De maximale afmeting bedraagt lengte 3 meter, breedte 0,75 meter en de hoogte 0,75 meter.
  • De plaatsing mag niet hinderlijk of storend voor anderen zijn, zulks ter beoordeling van de bouwcommissie.

Windkering                                    

  • Bij de huisjes mag een windkering geplaatst worden, deze mag maximaal 2 meter hoog zijn en moet lichtdoorlatend zijn.

Algemeen      

  1. De opstallen, met uitzondering van die van de vereniging, mogen niet worden aangesloten op het elektriciteits-, gas-, of waterleidingnet.
  2. Het bouwen van toiletten is in strijd met de Gemeentelijke mileuwetgeving en is derhalve niet toegestaan.
  3. Tuinhuisjes mogen niet verwarmd worden anders dan met veilig functionerende apparaten, welke deugdelijk moeten zijn aangesloten en waarin uitsluitend butaan- of propaangas mag worden verbrand. De verbrandingsgassenafvoer is toegestaan door de gevel of het dak. De afmetingen van deze afvoer zijn ter beoordeling van de bouwcommissie.
  4. De opstallen dienen naar behoren te worden onderhouden.
  5. Alle materialen, die voor huisjes, bakken, kasjes of afscheidingen worden gebruikt, moeten passend van kleur zijn.
  6. Door de bouwcommissie kan op elk door haar gewenst ogenblik kontrole op de naleving van het bouwvoorschriften worden uitgeoefend. Wordt een overtreding of nalatigheid door haar geconstateerd, dan wordt aan de betrokken tuinder daarvan schriftelijk mededeling gedaan. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan doet de commissie daarvan terstond mededeling aan het bestuur.                                                            

WZZO © 2015 • F.H.M. Schoot Uiterkamp